Hilly van Eerten - De dingen, artikel over het grafische werk van Hilly van Eerten

 



De dingen 
- over de grafiek van  Hilly van Eerten –
 
 
 
 
De wereld doet zich aan ons voor in dingen. Die kunnen complex zijn of heel eenvoudig. Met elkaar zingen ze het grote lied van de door ons te ervaren werkelijkheid.

In de grote massa van de dingen lijken er oerdingen te bestaan. Het zijn die dingen die al tienduizenden jaren lang worden gebruikt of toegepast door de mensheid, zelfs in heel vroege, los van elkaar bestaande culturen. Een oerding is de steen als basis-element van het te bouwen huis. Ook de cirkel is er één, in symbolische en in praktische vorm. Of de poort als uitvinding om massa te kunnen dragen en daardoor een doorgang in een muur te kunnen maken. Ook netten, messen, bijlen of speerpunten. Vaak vinden we deze basale dingen zowel in de oude geschiedenis als in onze eigen tijd terug.
 
Hilly van Eerten kiest in haar grafische werk juist deze basale dingen als haar werkmateriaal. Dat wordt onder andere heel zichtbaar in een serie monotypes waarin de dakpan de hoofdrol speelt. Deze serie laat haar fascinatie zien met een zacht glooiende en repeterende keramische vorm, maar eveneens met het practische nut ervan; de dakpan is immers fabrieksmatig vervaardigd en heeft als doel om het huis voor het vallende water af te sluiten. Daarom heeft de dakpan een vorm waarmee ze onderling gemakkelijk in elkaar kunnen vallen en afsluiten. Al deze eigenschappen zijn duidelijk zichtbaar in haar serie. In een andere serie monotypes gebruikt ze door haar gefotografeerde patronen van straatstenen. Deze grafiek richt zich zowel op het ding-zijn van de steen zelf, maar ook op de variaties van patronen waarin deze stenen zijn gelegd. We zien in deze monotypes - bewust gerangschikt door de stratenmaker - de formaties van straatstenen in het plaveisel.
 
Eén eigenschap hebben al haar gekozen basisdingen gemeen: ze zijn eenvoudig te fabriceren. Ze zijn slechts één stap in het transformatieproces van de industrie: van klei naar gebakken steen, van rotsklomp naar gehouwen steen, van ijzererts naar een gietijzeren vorm in een mal. Het lijkt alsof Hilly van Eerten in haar grafische werk de meest eenvoudige transformaties intuïtief opzoekt in haar werk. We zien bij haar de gestolde activiteiten die de mensheid altijd al pleegde en nog steeds pleegt: bakken, houwen, smeden, smelten, gieten. Alsof ze ons, kijkers wil terugbrengen tot de materie van de aarde zelf en tot haar door mensen gedane omzettingen naar bruikbare dingen. In die zin is ze in haar werk bezig met het scheppen van een mythologie van de menselijke transformatie van de elementen uit de aarde. Deze werd altijd al verbeeld met de aardgoden in de Griekse of de Finse heldensagen tot aan de opera’s van Wagner toe. Daarbij laat ze ons stilstaan bij het primaire bestaan van de dingen en dus bij hun standvastigheid, hun stabiliteit. Ze stabiliseert zo de wereld, de alsmaar vlietende en bewegende wereld - het leven -, door ‘haar’ oerdingen op te nemen en te verwerken in haar grafische werk.
 
De lagen
 
Dit is slechts één laag binnen haar werk: het opnemen van de dingen. Want al bijna in diezelfde beweging van het opnemen wordt het ding of de dingen door haar visueel aangetast. Er wordt niet slechts afgebeeld! Het aantasten of vermalen van de dingen vindt plaats op eenzelfde taaie en basale wijze als waarop ze tot stand zijn gekomen. Er wordt visueel - bijna fysiek voelbaar - getrokken en geschoven. De grein of de korrel wordt aangetast, de korrel wordt gevarieerd, het ding zelf wordt verbroken, opgedeeld of gehalveerd. Er lijkt een visuele betonmolen te draaien; het is alles beeldende arbeid die het stugge productieproces imiteert of herhaalt waaruit de dingen zijn ontstaan. Het is niet toevallig dat ze de grafische techniek heeft gekozen, die van zichzelf al veel overeenkomst heeft met de productie van dingen: steen van de litho, koper van de ets, en de grein of korrel als getuige daarvan. Bijna altijd begint ze met door zelf gemaakte fotoos - al of niet eerst bewerkt – die ze vervolgens overbrengt naar fotokopie. Daar ligt meestal het startpunt van haar eigen visuele omzettings- en ontwrichtingsproces. Haar werk is in die zin ‘copy-art’ te noemen, maar de fysieke fotokopie zelf verdwijnt en een grafische prent neemt haar plaats in. Elke prent uit haar hand wordt daarmee een unica; monotype is daarom een betere betiteling voor haar werk.
 
Krijgen we dan verwrongen of gedefragmenteerde dingen te zien door haar uiteenrafelen van de wereld in stukjes en deeltjes? Die vraag is te vroeg gesteld, omdat er zich meer lagen in haar werk voordoen, de recente jaren zelfs hoe langer hoe meer. Bijna elk grafisch product van Hilly van Eerten bestaat uit meerdere lagen, soms twee of drie, andere drukken hebben er wel zes of zeven. Ze zijn te beschouwen als bewerkingslagen, lagen die visueel heel dicht op elkaar gestapeld liggen binnen één prent. De verscheidene lagen zijn als het ware met grote compressie op elkaar gedrukt en de tussenliggende ruimte is eruit geperst. Bij haar geen diepte of ruimte - wat vaak het doel is van het gelaagde werken -, maar juist samengeperste ruimte in het inwendige lichaam van de grafische afdruk, waardoor een labyrintisch effect op gang komt,: de lagen gaan met elkaar interfereren. Resultaat van al deze visuele arbeid is dat de dingen in haar werk beginnen te ontsnappen aan hun eigen ding-zijn. Bij het kijken naar haar prenten gaat in ons hoofd dat solide beeld van ‘de baksteen’ verschuiven en wordt het als het ware vervaagd. De zware en bij ons zo lang ingesleten identiteit van het baksteen-zijn valt eruit. De afbeelding komt losser van zijn ding-zijn.
 
Fons Heijnsbroek